De uitgave stijgen


Wat doen de inkomsten?

De komende huurvoging en de melkprijzenverhoging werpen hun schaduwen vooruit.
Hoewel ,de sociaal economische raad de regering nog van advies moet dienen ,zijn belanghebbenden toch
benieuwd te weren hoe hun inkomsten t.z.t. zullen liggen. Het is in verband hiermede dat wij een opsomming geven.

1. A.O.W. ongehuwden.
De uitkering bedraagt thans f 972.-per jaar. voorgesteld is dit bedrag te brengen op f 1086.- per jaar , hetgeen
een verhoging betekent van f 9.50 per maand.


2. A.O.W. gehuwden.
Deze genieten thans f 1584.- per jaar. Zij zullen gaan ontvangen f 1740.- per, jaar. hetgeen een verhoging betekent van f 13.- per maand.


3. Weduwen zonder kinderen.
Alsmede tijdelijke weduwenuitkering.
De uitkering bedraagt f .1326.- per jaar , zij zal worden gebracht op f 1458.- per jaar. dat is een stijging
van f 11.-per maand.

4. Weduwen met kinderen.
Genoot deze categorie thans f 1968,- per jaar,zij zullen stijgen tot f 2148.- per jaar,of wel een vooruitgang van f 15.- per maand..

5. Voorschot op deze uitkeringen.
Op de bovengenoemde verhogingen zullen van april af voorschotten verstrekt worden,tegelijk met het maandelijkse
uitbetalen van de uitkering en wel voor hen vallende onder 1 -f 7.-; onder 2 -f 11.- onder 3 -f 9.-; onder 4 -f 14.-.
Er blijft dus nog een klein tegoedstaan ; dit bedrag wordt naderhand verrekend .


6. Het wezenpensioen.
Voor kinderen tot 10 jaar zal de ondersteuning oplopen van f 438.- tot f 480.- per jaar, hierop zal van april. af een voorschot worden betaal van f 3.- per maand.


7. Wezen van 10 tot 16 jaar

Komen van f 660.- op f 720.- per jaar, waarop per april een voorschotzal worden uitbetaald van f 4.50 per
maand.


8. Wezen van 16 tot 27 jaar
Zien het wezenpensioen stijgen van f 864.- tot f 948 per jaar; als voorschot hierop zal per maand worden
uitgekeerd een bedrag van f 6.-.


9. Pensioenaanpassing.


De verhogingen van de A.O.W. en A. W .W . vallen niet onder de kortingen volgens die aanpassingsregelingen
voor overheidspensioenen, zolang die pensioenen zelf niet een dergelijke compensatieverhoging hebben gekregen.

 

1april 1960