Een
Duitser uit één van de noordelijke havensteden heeft onlangs in
een aantal plaatsen van ons ,land voordrachten gehouden.
Het bedrag, dat hij
als honorarium ontving, zond hij naarRotterdam met het verzoek daarmee, zoals
hij schreef, een heel klein beetje het onrecht en het leed te verzachten, dat
de stad door mensen is aangedaan.
De schenker, die ongenoemd wil blijven, is
er zich van bewust, dat het maar een kleinigheid is in verhouding tot de
verschrikkelijke
oorlogsgebeurtenissen. Maar, zo zegt hij verder, misschien is belangrijker dan
het bedrag, het feit, dat het als een teken van goede wil mag worden beschouwd
|